Aanbeveling 7.1 Uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen en selectiecriteria
afstemmen op andere aspecten van het aanbestedingsproces
- Een aanbesteder stemt zijn beslissingen ten aanzien van de uitsluitingsgronden, de geschiktheidseisen en de selectiecriteria af op de keuze van de bouworganisatievorm, de vraagspecificatie en de contractvorm.
- Hij laat zich bij die afstemming zoveel mogelijk leiden door de kerncompetenties die nodig (zouden moeten) zijn voor de uitvoering van de bouwopdracht, gegeven de mate van oplossingsvrijheid die hij zijn toekomstige wederpartij wil geven om de doelstellingen die hij met het bouwproces beoogt, te bereiken.
Aanbeveling 7.2 Hanteren van uitsluitingsgronden
- Een aanbesteder die gebruik maakt van een aanbestedingsprocedure op grond van de Europese aanbestedingsrichtlijnen moet de zogenoemde dwingende uitsluitingsgronden hanteren.
- Een aanbesteder is vrij om te bepalen of hij de zogenoemde facultatieve uitsluitingsgronden hanteert. Heeft hij eenmaal in de aankondiging van de bouwopdracht bekendgemaakt dat hij een of meer van de facultatieve uitsluitingsgronden wil hanteren, dan moet hij dat vervolgens ook doen. Het is niet toegestaan facultatieve uitsluitingsgronden te hanteren zonder dat dit vooraf is aangekondigd.
- Voor Rijksdiensten geldt een verdergaande verplichting dan in 7.2.2 is aangegeven. Wanneer zij moeten aanbesteden op grond van de Algemene Richtlijn, dan moeten zij naast de dwingende uitsluitingsgronden ook de facultatieve uitsluitingsgronden hanteren.
- Het is een aanbesteder die niet tot aanbesteden verplicht is, maar die dat toch doet niet toegestaan uitsluitingsgronden te hanteren zonder dat dit vooraf is aangekondigd
- Als een aanbesteder niet tot aanbesteden verplicht is en dit wel doet, gaat hij met behulp van de Leidraad na of het doelmatig is uitsluitingsgronden te hanteren.
Aanbeveling 7.3 Formuleren van uitsluitingsgronden
- Een aanbesteder moet de formulering van uitsluitingsgronden aanhouden die in de aanbestedingsrechtelijke wet- en regelgeving wordt gehanteerd. Bij de facultatieve uitsluitingsgronden is het toegestaan een aantal van de daarin gebruikte open begrippen – zoals ‘delict in strijd met zijn beroepsgedragsregels’ en ‘nadere fout’ – nader in te vullen. Daarbij moet een aanbesteder wel de algemene beginselen van aanbestedingsrecht in acht nemen.
- Het in 7.3.1, tweede zin, bepaalde geldt niet voor Rijksdiensten. Wanneer zij moeten aanbesteden op grond van de Algemene Richtlijn, dan moeten zij de open begrippen in de facultatieve uitsluitingsgronden nader invullen conform hetgeen daaromtrent is bepaald in de artikelen 5 en 6 van de BIBOB Beleidsregels.
- Een aanbesteder die niet tot het Rijk behoort, sluit bij de invulling van de open begrippen in de facultatieve uitsluitingsgronden zoveel mogelijk aan bij de artikelen 5 en 6 van de BIBOB-Beleidsregels.
Aanbeveling 7.4 Wijzigen van uitsluitingsgronden
Het is een aanbesteder niet toegestaan eenmaal bekendgemaakte facultatieve
uitsluitingsgronden te wijzigen nadat hij kennis heeft genomen van de identiteit
van een of meer van de marktpartijen die aan de aanbestedingsprocedure (willen)
deelnemen.
Aanbeveling 7.5 Toepassen van uitsluitingsgronden
- Het is een aanbesteder niet toegestaan met het oog op de beoordeling van een gegadigde of inschrijver in het licht van de gestelde uitsluitingsgronden andere bewijsmiddelen te verlangen dan die welke staan vermeld in de aanbestedingsrechtelijke wet- en regelgeving.
- Rijksdiensten moeten voor de beoordeling op basis van de uitsluitingsgronden op grond van de BIBOB-Beleidsregels eerst een zogenoemde ‘eigen verklaring’ van gegadigden of inschrijvers vragen, voordat zij van hen mogen verlangen de in 7.5.1 bedoelde bewijsmiddelen over te leggen. Als Rijksdiensten op basis van de beoordeling van de overgelegde bewijsmiddelen aanwijzingen hebben dat een gegadigde of inschrijver mogelijk moet worden uitgesloten, maar over onvoldoende informatie beschikken om die conclusie te kunnen onderbouwen, dan moeten zij het Bureau BIBOB om een advies vragen. Zij kunnen dat advies vervolgens laten meewegen bij hun beslissing of de betreffende gegadigde of inschrijver moet worden uitgesloten.
- Een aanbesteder die niet tot het Rijk behoort:
a. sluit in zijn aanbestedingsbeleid zoveel mogelijk aan bij de BIBOBBeleidsregels voor wat betreft de praktijk van het vragen om ‘eigen verklaringen’;
b. vraagt alleen nadere bewijsmiddelen van de vijf gegadigden of inschrijvers die het meest in aanmerking komen voor uitnodiging tot inschrijving respectievelijk gunning van de bouwopdracht;
c. gaat via de website van het Ministerie van Justitie van geval tot geval na of het doelmatig is gebruik te maken van het BIBOB-instrumentarium.
Aanbeveling 7.6 Hanteren van kwalitatieve geschiktheidseisen
- Een aanbesteder is vrij te bepalen of hij geschikheidseisen zal hanteren. Hij doet dat in zoveel mogelijk gevallen.
- Het is een aanbesteder die op grond van de Algemene Richtlijn moet aanbesteden of die om een andere reden het ARW 2005 op de aanbestedingsprocedure van toepassing verklaart alleen toegestaan geschiktheidseisen te stellen ten aanzien van de economische en de financiële draagkracht en de technische bekwaamheid en/of de beroepsbekwaamheid.
- Alvorens tot het hanteren van geschiktheidseisen over te gaan, gaat een aanbesteder na welke kerncompetenties voor de uitvoering van de bouwopdracht nodig zijn.
Aanbeveling 7.7 Formuleren van kwalitatieve geschiktheidseisen
- Een aanbieder moet de geschiktheidseisen zodanig formuleren dat deze:
a. proportioneel zijn;
b. objectief duidelijk zijn;
c. de inschrijvers gelijke toegang tot de aanbestedingsprocedure bieden.
- 2. Het is een aanbesteder niet toegestaan met de formulering van een geschiktheidseis een gegadigde of inschrijver te beperken in zijn mogelijkheden een beroep te doen op de draagkracht en de bekwaamheid van andere natuurlijke of rechtspersonen, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke of rechtspersonen.
- Het is een aanbesteder niet toegestaan met de formulering van een geschiktheidseis een gegadigde of inschrijver die uit een samenwerkingsverband van ondernemingen bestaat te beperken in zijn mogelijkheden om een beroep te doen op de draagkracht en de bekwaamheid van de ondernemingen die tot het samenwerkingsverband behoren.
- Een aanbesteder neemt bij het formuleren van proportionele geschiktheidseisen zoveel mogelijk de volgende gezichtspunten in acht:
a. De aanneemsom van een referentiewerk is maximaal 60% van de raming van de aanbestede bouwopdracht;
b. Een omzeteis bevindt zich binnen de bandbreedte 0%-200%;
c. Een ervaringseis gaat uit van maximaal 3 referentiewerken.
Aanbeveling 7.8 Bekendmaken van kwalitatieve geschiktheidseisen
Een aanbesteder moet de kwalitatieve geschiktheidseisen bekendmaken in overeenstemming met de aanbestedingsrechtelijke wet- en regelgeving.
Aanbeveling 7.9 Wijzigen van kwalitatieve geschiktheidseisen
Het is een aanbesteder niet toegestaan eenmaal bekendgemaakte
geschiktheidseisen te wijzigen nadat hij heeft kennisgenomen van de identiteit van een of meer van de marktpartijen die aan de aanbestedingsprocedure willen deelnemen.
Aanbeveling 7.10 Toepassen van kwalitatieve geschiktheidseisen
- Het is een aanbesteder niet toegestaan met het oog op de beoordeling van een gegadigde of inschrijver in het licht van de gestelde geschiktheidseisen andere bewijsmiddelen te verlangen dan die welke staan vermeld in de aanbestedingsrechtelijke wet- en regelgeving.
- Een aanbesteder gaat in zijn aanbestedingsbeleid zoveel mogelijk uit van de praktijk van het vragen om ‘eigen verklaringen’. Hij vraagt alleen nadere bewijsmiddelen van de vijf gegadigden of inschrijvers die het meest in aanmerking komen voor uitnodiging tot inschrijving respectievelijk gunning van de bouwopdracht.
Aanbeveling 7.11 Nadere selectie
- Een aanbesteder is vrij te bepalen of hij bij aanbestedingsprocedures anders dan de openbare procedure tot een nadere selectie wil komen van het aantal tot inschrijving – of, ingeval van de concurrentiegerichte dialoog, tot deelname aan de dialoogronde – uit te nodigen gegadigden.
- Een aanbesteder stemt zijn beslissing over het al dan niet overgaan tot een nadere selectie zoveel mogelijk af op de overwegingen die hij ten grondslag heeft gelegd aan zijn keuze voor een van de niet-openbare procedures.
- Een aanbesteder die overgaat tot nadere selectie moet die selectie uitvoeren op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria of regels.
Aanbeveling 7.12 Keuze van selectiemethode en formuleren van selectiecriteria
- Een aanbesteder is vrij in de keuze van de toe te passen objectieve selectiemethode.
- Een aanbesteder moet de selectiemethode en de eventueel te gebruiken selectiecriteria zodanig formuleren dat deze objectief duidelijk zijn.
- Een aanbesteder moet vooraf het minimumaantal geschikte gegadigden vaststellen dat hij ten minste tot inschrijving wil uitnodigen. De aanbestedingsrechtelijke wet- en regelgeving kan grenzen stellen aan het minimumaantal.
- Het is een aanbesteder toegestaan vooraf een maximumaantal geschikte gegadigden vast te stellen dat hij tot inschrijving wil uitnodigen.
- Een aanbesteder kiest zoveel mogelijk voor een selectiemethode waarbij nadere selectie plaatsvindt op basis van de mate waarin wordt voldaan aan de gestelde geschiktheidseisen ten aanzien van de kerncompetenties die voor de uitvoering van de bouwopdracht nodig zijn.
Aanbeveling 7.13 Bekendmaken van selectiemethode en celectiecriteria
Een aanbesteder moet de selectiemethode en selectiecriteria bekendmaken in
overeenstemming met de aanbestedingsrechtelijke wet- en regelgeving.
Aanbeveling 7.14 Wijzigen van selectiemethode en selectiecriteria
Het is een aanbesteder niet toegestaan de eenmaal bekendgemaakte selectiemethode, de selectiecriteria en het gestelde minimum- en maximumaantal te
wijzigen nadat de gegadigden zich hebben aangemeld en hij heeft kennisgenomen
van hun identiteit.
Aanbeveling 7.15 Uitvoeren van selectie
- Wanneer het aantal geschikte gegadigden lager is dan het minimumaantal dat een aanbesteder vooraf heeft gesteld, is het toegestaan dat lagere aantal uit te nodigen, zelfs wanneer er maar één geschikte gegadigde is.
- Wanneer een aanbesteder vooraf een minimumaantal uit te nodigen gegadigden heeft gesteld, maar geen maximumaantal en er zijn meer geschikte gegadigden dan het gestelde minimumaantal, dan moet hij alle geschikte gegadigden uitnodigen.
- Wanneer een aanbesteder vooraf een minimum- en een maximumaantal uit te nodigen gegadigden heeft gesteld en het aantal geschikte gegadigden is hoger dan het maximumaantal, dan moet hij met behulp van de gestelde selectiecriteria en de selectiemethode het aantal uit te nodigen geschikte gegadigden ‘shortlisten’ tot exact het gestelde maximumaantal.
- Wanneer het aantal geschikte gegadigden hoger is dan het vooraf gestelde minimumaantal, maar lager dan het vooraf gestelde maximumaantal, moet de aanbesteder alle geschikte gegadigden uitnodigen.