Hoofdstuk1 Doel & opzet2 Bouworganisatievorm 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.4 2.4.1 2.4.2 2.4.2.1 2.4.2.2 2.4.2.3 2.4.2.4 2.5 2.5.1 2.5.1.1 2.5.1.2 2.5.2 2.5.2.1 2.5.2.2 2.5.2.3 2.5.2.4 2.5.2.4.1 2.5.2.4.2 2.5.3 2.5.3.1 2.5.3.2 2.5.3.3 2.5.3.4 2.5.3.5 2.5.4 2.5.4.1 2.5.4.2 2.5.4.3 2.6 2.6.1 2.6.1.1 2.6.1.2 2.6.2 2.6.2.1 2.6.2.2 2.6.2.3 2.6.2.3.1 2.6.2.3.2 2.6.2.3.3 2.6.2.3.4 2.6.2.4 2.6.2.4.1 2.6.2.4.2 2.6.2.4.3 2.6.2.5 2.6.2.5.1 2.6.2.5.2 2.6.2.5.3 2.6.2.5.4 2.6.2.5.5 2.6.2.5.63 Vraag specificeren4 Contractvorm5 Aanbestedingsprocedure6 Communicatie7 Geschiktheid & selectie8 Gunningscriteria9 Na inschrijving10 Aankondigen11 Termijnen12 MotiverenBijlage Begrippenlijst
|
Hoofdstuk 2 Hoe de juiste bouworganisatievorm te kiezen?
Overzicht aanbevelingen
Aanbeveling 2.1 Bouworganisatievorm afstemmen op gewenste mate van oplossingsvrijheid
Een aanbesteder laat zich bij de keuze van de bouworganisatievorm zoveel mogelijk leiden door de mate van oplossingsvrijheid die hij zijn toekomstige wederpartij moet geven om de doelstellingen die hij met het bouwproces beoogt, te bereiken.
Aanbeveling 2.2 Keuze van de bouworganisatievorm
- Belangrijke taken die in elk bouwproces moeten worden verricht, zijn:
a. het ontwerp (D); b. de uitvoering (B); c. de financiering (F); d. het meerjarig onderhoud en beheer (M); e. de exploitatie (O) van het werk dat onderwerp is van de bouwopdracht. Een aanbesteder kiest voor een bepaalde bouworganisatievorm door deze taken op een bepaalde manier over de deelnemers aan het bouwproces te verdelen.
- De volgende bouworganisatievormen zijn voorhanden:
a. De traditionele vorm, waarbij een marktpartij de uitvoeringstaak verricht en de aanbesteder of zijn adviseur, zoals een architect of een raadgevend ingenieur, de ontwerptaak. b. De geïntegreerde bouworganisatievorm, waarbij één marktpartij zowel de ontwerp- als de uitvoeringstaak verricht (D&B) en eventueel ook een of meer van de andere taken (DBM, DBFM, DBFMO). c. De alliantie, waarbij de aanbesteder gezamenlijk met een marktpartij een of meer van de taken van het bouwproces vervult.
- Een aanbesteder is vrij in de keuze van de bouworganisatievorm. Hij moet zich echter realiseren dat die vrijheid kan zijn beperkt door interne beleidsrichtlijnen.
Wanneer hij deel uitmaakt van de Rijksoverheid, een provincie of een gemeente moet hij zich bovendien realiseren dat de Comptabiliteitswet 2001, de Provinciewet en de Gemeentewet beperkingen stellen aan de keuze voor een (geïnstitutionaliseerde) alliantie.
- Een aanbesteder kiest voor een bouworganisatievorm door goed na te denken over een aantal aspecten. Die aspecten weegt hij af vanuit verschillende invalshoeken die behoren tot de interne context, de externe context of de projectcontext. Een overzicht van die aspecten en invalshoeken is opgenomen in de bijlage bij dit Overzicht Aanbevelingen.
- Een aanbesteder maakt deze afwegingen met behulp van het DSS.
|
Sluiten
Doorsturen
Vul het e-mail adres in waar u de huidige pagina heen wilt sturen.
Sluiten
Reageren
Heeft u een opmerking? Laat ons dit dan weten!
Service
Service
|
|